"Oos Naer 15" (jaargang 5, nr. 15, maart 2003)

Maandag 10 maart j.l. is nummer 15 van ons periodiek verschenen.
Op deze pagina wordt een samenvatting gegeven van deze nieuwe uitgave. 

De voorkant van nummer 15 laat de vriendenclub "Tudderen" zien.

v.l.n.r. (staand): Tunnes van Sjaen (Tunnes Theelen), Piet van Ketrien (Piet Emonts), Sjaak van Dingenaas-Sef (Sjaak Boonen), Har van Kaarle (Har Louisse), Jo vanne Smaed (Jo Winkelmolen;
v.l.n.r. (zittend): Har van Sjaen (Har Theelen), Gieël van Gieërlingske (Gerla Timmermans) , Piet van Waals-Sefke (Piet Hermans).

Op bladzijde 3 van deze uitgave kunt u over "Tudderen" een prachtig verhaal lezen..

"Asdjer èns wiltj loestere!" ( redactie)

De redactie ontving enkele correcties op artikelen uit vorige nummers.

"Tudderen, een vriendenkring voor het leven" (Tjeu Hermans)

In dit zeer amusante artikel beschrijft Tjeu Hermans het ontstaan van deze vriendenclub van acht Neerse jongens, die eind jaren 40 en begin jaren 50 een begrip in Neer was, tot het laatste grote wapenfeit: het opluisteren van de bruiloft van Tunnes en Lieske.
Het waren zingende jongelui, die met enkele instrumenten veel op feesten, maar ook in de kerken en café's hun zang en muziek aan de mensen lieten zien en horen.
Ook het ontstaan van de naam "Tudderen" wordt uit de doeken gedaan.
Uit de gesprekken, die met de nog overgebleven leden van Tudderen zijn gehouden, zijn sappige en "sterke" verhalen naar voren gekomen.
"Tuddere", zoals het in het Neers uitgesproken wordt, stond mede aan de (her)oprichting van de Neerse carnaval. Ook hier zijn verhalen bij verteld, waarbij de geestelijkheid in Neer en de burgemeester zich moesten uitspreken over het toestaan van het vieren van carnaval.

"Tuddere" trad ook veel buiten Neer op. In de wijde omgeving van Neer kende men deze vriendenclub, die vaak optraden op bruiloften, bij oogfeesten of schuttersfeesten.
Op het einde van dit artikel zijn enkele liedjes afgedrukt, die Tuddere bij bepaalde gelegenheden heeft gezongen.


"Naers" (deel 10) (redactie)

In deze uitgave zijn Neerse namen opgenomen van gebouwen, zoals boerderijen en woonhuizen en ruimten hierin of hierbij.
Ten aanzien van de schrijfwijze en uitspraak heeft de redactie een korte samenvatting gemaakt over de schrijfwijze van het Neerse dialect volgens de spelling van de Limburgse dialecten van Veldeke en zoals vastgelegd in het boekje van Dr. Pierre Bakkes: "Limburgs laeze en sjrieve".

"Bertilia, Imelda en Benedicta, zusters van Charitas" (Ben Bongers)

In de Mariakapel van de parochiekerk van Neer bevindt zich een fotoalbum met foto's van uit Neer afkomstige religieuzen.
In dit artikel van Ben Bongers wordt over twee zusjes, Merieke en Nelke Geraets, verteld die al jong in het klooster gingen bij de Congregratie Charitas te Steenbergen.
Er wordt een hoofdstukje besteed aan de Congregatie Charitas, die in 1834 gesticht was door de uit Leuven afkomstige Barbara Saelmaekers.
Zuster Bertilia was de "raadzuster"; zij maakte deel uit van de bestuursraad, die in 1905 bezit nam van het nieuwe moederhuis in Roosendaal. In 1917 werd ze tot vicaresse gekozen, de rechterhand van Moeder Vincentia, de algemene overste van de Congregatie.
In 1926 stichtte men een missiepost op Sumatra. Zuster Bertilia had daar als vicaresse een bezoek gebacht. Ook in 1935 en 1939 is ze daar per boot naar toe geweest.
In 1934 nam Moeder Bertilia intrek in het nieuwe St. Elisabethziekenhuis te Venray.
Als Neerse bezocht Zuster Bertilia het Veerhuis. Zij was immers de dochter van veerman Geraets. De oudste van het gezin, Johanna, was de grootmoeder van de schrijver van dit artikel, Ben Bongers. Zij was getrouwd met veerman Sjang Bongers.
Over zuster Imelda (Nelke Geraets) kan nog gezegd woren, dat zij op 15 augustus 1896 haar eeuwige geloften aflegde, nadat ze op 25 mei 1894 was ingetreden.


In 1921 arriveerde de 18-jarige nicht van zuster Bertilia, Aldegonda Bongers uit Rijkel (bij Beesel) om in te treden.
Als zuster Maria Benedicta werd zij op 6 november 1923 geprofest.
Heel bijzonder is het, dat zuster Bertilia heeft gewaakt bij haar ernstig zieke nicht. Bertilia was daags voor het overlijden van Benedicta van de trap gevallen, waarbij ze een ernstige hersenshudding en een gebroken rechterarm had opgelopen.
Zuster Benedicta stierf op 7 maart 1933, waarschijnlijk aan een opgelopen besmettelijke ziekte. Zij werkte in het paviljoen voor besmettelijke ziekten.

Bij het eeuwfeest van Charitas op 1 december 1934 werd zuster Bertilia onderscheiden met de Ridder in de Orde van Oranje Nassau en Ridder in de Orde van Leopold II, koning der Belgen.
Bertilia trad in 1953 terug als algemeen overste. Zij overleed op 6 februari 1956 na een langdurige ziekte.

"Wie weet: wie, wat, waar of wanneer?" (redactie)

Wie zijn deze personen? Bij welke vereniging / club waren zij? Wanneer is deze foto gemaakt? Waar is de foto gemaakt?

Oplossingen graag (schriftelijk) naar het redactieadres.

"Zo'n honderd jaar geleden geboren" (Leon Teepen)

In dit artikel staat het leven van Willem (Giel) Herman Jozef Becks centraal, smid te Neer..
Hij werd geboren op 16 maart 1900 te Maasbree en verhuisde op 7-jarige leeftijd naar Swalmen, waar zijn vader veldwachter werd.
Op zijn 15e jaar ging hij werken bij smederij Geraedts in Swalmen, totdat hij in militaire dienst moest.
Na zijn dienstplicht werkte hij bij de mijnen van Zuid-Limburg waar hij ondergronds als hoefsmid aan de slag ging. Hij moest de paarden beslaan, die voor het ondergrondse kolentransport werden gebruikt.
Begin 20-ger jaren kwam hij in Neer, waar hij bij Smaed-Sjang (Sjang Winkelmolen) als smid ging werken.
In 1925 kocht hij de smidse van Wijnand Tobben op de hoek van de Engelmanstraat / Hammermolen.
Giel trouwde op 29 april 1929 met Dien Winkelmolen, dochter van Fuus-Driek. Uit dit huwelijk werden drie zoons geboren: Tjeu, Har en Fun. Op 18 juli 1936 overleed Dien.

 

Giel hertrouwde op 15 oktober 1937 in Tegelen met Stien Maes. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren.
Giel en Stien startten in 1942 bij de smidse een eenvoudige winkel met allerlei gereedschap voor de landbouw en huishoudelijke artikelen.
De Tweede Wereldoorlog is aan Giel en zijn familie niet onopgemerkt voorbij gegaan. De kerkrazzia op 8 oktober 1944 in Neer heeft Giel uiteindelijk ook in Duitsland gebracht. Geradbraakt (mager en ziekelijk) kwam hij in juni 1945 terug.
Met zijn gezondheid ging het de jaren na de oorlog nog niet zo geweldig. Lichamelijk werd het werk steeds zwaarder, totdat hij problemen met zijn longen kreeg. Uiteindelijk is hij in Horn op 22 juli 1963 overleden.

"Kruisen en kapellen in Neer" (deel 11) (Tjeu Scheepers)

In dit artikel schrijft Tjeu Scheepers over het ontstaan van het wegkruis bij de boerderijweg. Dit wegkruis stond bij de boerderij van Mathieu Tillemans. Deze is later naar Weert verhuisd. Om Gods zegen af te roepen over de boerderij en omgeving werd dit kruis geplaatst in het begin van de 60-er jaren. Het wegkruis op Brumholt is omstreeks 1905 geplaatst door buurtbewoners. Men bad hier vroeger in tijden van nood en grote droogte de rozenkrans, zoals in de droge zomer van 1911.

In 1983 heeft de buurt Brumholt het kruishout vernieuwd. In 2002 is het kruis weer opgeknapt en is de beplanting rondom vernieuwd.

links: het wegkruis aan de Boerderijweg

rechts: het wegkruis op Brumholt

"Familiegeschiedenis of: op zoek naar je familie" (deel 11) (Jos Geraets - werkgroep stamboomonderzoek)

In deze uitgave van het periodiek wordt de behandeling voortgezet van enkele minder bekende registers met een kort verhaal over de aanvragen voor een nationaliteitsbewijs.
Het aanvragen van een nationaliteitsbewijs kwam op gang na de Frans-Duitse oorlog van 1870. Men moest voortaan als staatsburger van een bepaald land kunnen aantonen wie men was. Het was een soort bewijs van Nederlandschap, vooral voor mensen, die in Duitsland gewerkt hadden. Men kon zo mensen niet verplichten  in dienst te treden van het Duitse leger.
In het Provinciaal Archief van Maastricht kan men de aanvragen voor zo'n nationaliteitsbewijs, gericht aan de provincie Limburg, inzien.
Onderzoek in de nationaliteitsbewijzen kan uiterst vruchtbaar zijn voor mensen die eind 19e eeuw tijdelijk of blijvend over de oostgrens zijn verdwenen.